Stadsschouwburg Utrecht
De verbouwing/uitbreiding van de schouwburg omvatte in hoofdzaak het vergroten van de toneeltoren, het bouwen van een nieuw zijtoneel en nieuwe kleedkamers. De schouwburg is naar een ontwerp van architect Dudok gerealiseerd in 1941. Vanaf de ingebruikname was er kritiek op de uitvoering van het toneelgedeelte. Aangezien het gebouw was voorgedragen als jong monument, de Stadssbuitengracht en het aangrenzende Zocher-plantsoen beide monumenten zijn en de omgeving een beschermd stadsgezicht is, moest deze verbouwing zeer zorgvuldig en weloverwogen worden uitgevoerd.
Er is voor gekozen om de vergroting van de toneeltoren op een contrasterende manier uit te voeren door als het ware een glazen stolp om de bestaande toneeltoren te plaatsen. Door dit glazen vlies blijven delen van de bestaande toneelwanden zichtbaar en wordt deels zicht geboden op de toneelinstallaties. Zo is een oplossing gevonden die de bestaande architectuur in haar waarde laat en tegelijk een heldere en eigentijdse uitbreiding toestaat.
Het contrast tussen de nieuwe bekleding van de toneeltoren en het bestaande gebouw maakt de uitbreiding duidelijk afleesbaar. Was dit contrast ook gezocht bij de nieuwe kleedkamers en het zijtoneel, dan zou het gebouw onvermijdelijk uiteenvallen in twee delen. Omdat deze nieuwe volumes weinig in omvang toenemen, passen ze nog goed in de bestaande trapvormig oplopende compositie. Deze nieuwe delen zijn bekleed met tegels, waarbij zoveel mogelijk de bestaande textuur is benaderd.
In het publieksgedeelte is de schitterende opeenvolging van foyers gehandhaafd en waar mogelijk hersteld. Nieuwe elementen zijn terughoudend vormgegeven (o.a. de gewijzigde trap en het nieuw bruggetje). In de zaal is een heftribune ingebouwd waarmee de zaal snel kan worden getransformeerd in een intieme 'middenzaal' met een sterk hellende tribune.
Het nieuwe lichtkunstwerk van Floris van Manen langs de dakranden van de toneeltoren met bewegend licht vormt een soort hartslag, een teken van het leven binnen het gebouw.
|