|
Renovatie / uitbreiding laboratoria NIOB / CBS te Utrecht
Uitbreiding van het Hubrecht Laboratorium op het universiteitsterrein De Uithof was noodzakelijk omdat de omvang van de personele organisatie van de gebruiker – het Nederlands Instituut voor Ontwikkelingsbiologie (NIOB) – aanzienlijk groter was dan die waarvoor het gebouw oorspronkelijk in 1961 is gebouwd en het gebouw niet meer voldeed aan de eisen die tegenwoordig aan laboratoria worden gesteld.
Voorts wenste de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) een ander instituut – het Centraal Bureau voor Schimmelcultures (CBS) – naar deze locatie in De Uithof te verhuizen. De gecombineerde huisvesting bood voor KNAW en beide instituten de mogelijkheid om op de exploitatie van de instituten te besparen door het opzetten van een gemeenschappelijke facilitaire dienst.
Voor het project was een zeer beperkt budget beschikbaar. Het plan diende te worden ontwikkeld binnen de door OMA geformuleerde stedenbouwkundige randvoorwaarden. De kwaliteit van de locatie – een groen gedeelte van De Uithof – moest waar mogelijk gehandhaafd en versterkt worden. De gebruikers wensten een gebouwencomplex met een compacte opzet, waar het onderzoek in intensieve samenwerking tussen onderzoekers kan plaatsvinden.
Gekozen is voor een compacte nieuwbouw die aansluit op de molenwiekstructuur van het bestaande laboratoriumgebouw. In de nieuwbouw worden de laboratoria voor het NIOB ondergebracht. De ruimten van het CBS, die minder installaties vereisen, worden in het bestaande gebouw geplaatst. Op de scheiding tussen oud- en nieuwbouw is een gemeenschappelijke entree op een nieuwe as door het complex voorzien. Op deze as/zichtlijn is het groene karakter van het terrein voortdurend te ervaren. Alle meer utilitaire functies op het terrein zijn geconcentreerd in een aantal bijgebouwen rond een expeditiehof.
De belangrijkste “openbare” en gemeenschappelijke functies (kantine, bibliotheek, colloquiumzaal) bevinden zich op de begane grond en hebben een directe relatie met de omgeving. Daarboven bevindt zich het laboratoriumgedeelte dat zeer compact van opzet is, met een middenzone, twee gevelzones voor laboratoria en zitkamers aan de kopgevels. In verband met de relatief grote diepte van de laboratoria zijn de puien opgedeeld in een laag geplaatst zichtgedeelte en een hoog raam voor diep invallend licht. Boven de hoofdmassa van donkere baksteen bevindt zich de ruimte voor technische installaties, die bepalend is gemaakt voor het beeld van het gebouw. De opbouwen, schoorstenen en luchtaanzuigopeningen vormen tezamen een plastisch daklandschap, dat het gebouw bekroont.
|
|
|